That’s fucking it. Dit was de allerlaatste keer! Maar deze keer echt. Ik ga bij ‘m weg. Dit was de druppel. M’n vriendinnen verklaren me al jaren voor gek. Maar ja, hij kan er ook niets aan doen. Depressie, burn-out, moeilijke band met z’n vader, 32 graden op de eerste werkdag na een lang weekend. Het is ook allemaal niet makkelijk voor ‘m. Misschien is het maar beter als ik m’n vriendinnen niet vertel dat het weer is gebeurd. Ik bedoel, het zegt vooral iets over mij dat ik hiermee door blijf gaan. Toch?
Voor de zoveelste keer ga ik vriendelijk lachend mee in z’n bullshit. Ik heb hem nog geen en-ke-le keer gezien op het moment dat we in eerste instantie hebben afgesproken. Het maakt ook niet uit hoé ik de afspraak maak: via whatsapp reageert-ie gerust drie weken niet op m’n berichtjes (“ik had het superdruk en ik dacht: Irma vindt dat niet erg”), face-to-face komen we wel tot een afspraak, maar een uur voordat ik bij ‘m moet zijn, precies op ‘t moment dat ik m’n haar zó on fleek heb geföhnd dat ik eigenlijk iets anders met m’n middag zou moeten doen, zie ik z’n naam op m’n telefoonscherm en weet ik alweer hoe laat het is. “Ja, hoor. Volgende week donderdag precies tijdens een meeting waar ik al weken naar uitkijk, is goed. Nee, echt geen probleem, doe niet zo gek.”
Het is nu die donderdagmiddag en heb ik gepast, gemeten en ge-alle werkwoorden in Opzij van Herman van Veen’d om hier op tijd te zijn. Ik stap vol zelfvertrouwen binnen (de kracht van een good hair day in combinatie met een outfit die net nonchalant genoeg is om de zorgvuldige curatie ervan te verhullen is ongeëvenaard, dat weet jij ook). Links van me wordt me een glas water aangeboden en vanaf rechts komt-ie op me af. Heeft-ie nou een lichtelijk wilde blik in z’n ogen? Alriiiight. “Irmaaaa, goed dat je er bent!” Oké, nice! M’n bestaan wordt enthousiast erkend en hij weet m’n naam nog. Dit gaat de goede kant op! …”Ik ben je he-le-maal vergeten te bellen, maar dit…” wilde handgebaren richting een iets oudere blondine “… loopt uit. Het is beter als je een half uur tot drie kwartier buiten wacht.”
“Haha, oke, dan haal ik m’n drankje wel even ergens anders! Tot zooohooo!” zeg ik vrolijk. Fuck, fuck, fuck! Wie is die blonde teef? En waarom ga ik hiermee akkoord? Ja, ik hoor het jou ook denken. Net als de drie meiden die de mentale popcorn er eens even lekker bij hebben gepakt om ‘m eindelijk afgezeken te zien worden. Terecht. Dit kan écht niet.
En ik ga ‘t ‘m ook echt zeggen, als hij straks tegenover me zit. Maar nu nog niet, nu moet ik ‘m nog te vriend houden. Eén verkeerd woord en ik kan mezelf zeker drie weken niet in ‘t openbaar vertonen. Dan maar een rondje door het centrum en de teleurstelling in mezelf verdrinken in het veel te dure groene drankje du moment – iced en met havermelk, natuurlijk. Weet je, hier had ik toch al de hele dag zin in, zo erg is het niet. Denk aan de lange termijn.
Want waar de F.U.C.K. ga ik een nieuwe kapper vinden? In m’n 37 jaar op deze wereld is er maar een ander geweest waarbij ik nog nooit teleurgesteld de salon uit ben gelopen en zij bevindt zich tegenwoordig aan de andere kant van het land. Ik meen het. Op het moment dat ik in die stoel zit, ben ik al het gezeik vergeten. Ja, oké, hij heeft me ook weleens gevraagd of ik in verwachting was en gelijk daarna verontwaardigd waarom ik geen kinderen wil. Maar dat kan ik ‘m vergeven omdat ik weet dat ik er straks beter uitzie dan ik me voel. Het is oppervlakkig, I know. Maar weet je nog wat we hadden geconcludeerd over die good hair day?! Deze man weet wat-ie doet, wat wel en niet bij m’n gezicht staat. En als hij over drie kwartier de föhn pakt voor een blow-out waar de mijne bij vervaagt en heel haarminnend Pinterest jaloers op is, kan het me allemaal geen reet meer schelen.
Dit klinkt als een toxische relatie, he? Ja, ik weet het. En ik ga het nog erger maken door dit met je te delen. Hij laat me dingen voelen, man. Godallejezus, de manier waarop-ie m’n haar wast is een out of body experience van precies genoeg druk op de juiste plekken. De haren op m’n arm gaan rechtop staan als hij z’n duimen vanaf m’n kruin naar m’n slapen beweegt. Ik begin bijna te mauwen, heel bijna, als die duimen vervolgens naar de spieren in m’n nek glijden. Het voelt illegaal om dit te voelen bij iemand anders dan de man waar ik al ruim zes jaar m’n leven mee deel en in het openbaar nog wel.
Dus als hij zegt: “zie ik je over vier maanden weer?” Knik ik gewillig en iets te ontspannen van “ja, natuurlijk” en loop ik met de tred van een fotomodel high on… laten we ‘t life noemen, de deur uit. “We appen!”
Geef een reactie