Weet je nog? Hoe we uren met elkaar praatten. Hoe muziek de onderstroom van alle gesprekken was. Dat ieder nummer een anekdote opriep. Waardoor een ander liedje oppopte, dat weer een nieuw verhaal aantikte. En weer verder shuffelde naar een videoclip. Voor nog een onbesproken onderwerp. Hoe we onze geschiedenissen vastlegden in twee hele playlists, met ieder herinneringen die maar de helft van ons had meegemaakt. En dat ik niet begreep waarom ik niets aan de jouwe mocht toevoegen, terwijl jij naar hartelust de mijne kon bewerken.
Weet je nog? Die winteravond. Hoe we om elkaar heen draaiden. Een tastbare herhaling van de afgelopen maanden. Dat je me zou beschermen als dronken mannen m’n middel zouden pakken om me aan de kant te manen. Hoe je je ogen niet van me af hield, tijdens je gesprek zijdelings naar me spiekte. En dat ik me veilig waande. Dus danste alsof er niemand keek. En dat ik niet begreep waarom je blik me doorboorde toen iemand tegen me sprak, maar je het oogcontact verbrak toen je je door die blonde meid net naast je mond liet kussen.
Weet je nog? Hoe we buiten urenlang stonden te geinen. Iedereen al naar huis, wij nog niet klaar. Dat je zei dat je m’n lipgloss wilde proeven en hoe ik die bij je opdeed. Gewoon zoals het hoort: getuite lippen, kwastje en inkleuren maar. Hoe je daar stond, boven me uittorenend. Dat je naar me toe boog, toen ik vroeg hoe m’n lipgloss smaakte. Hoe we elkaar kort, zachtjes aanraakten, zonder handen. In de glinsterende sneeuw. En dat ik niet begreep waarom ik me schuldig voelde voor het initiatief terwijl jij ontspannen wegfietste alsof dit niet net was gebeurd.
Weet je nog? Dat je me stuurde dat je niet kon stoppen met denken aan wat je allemaal met me wilde doen. Toen je hoorde dat hij een week weg was. En ik durfde te vragen wat dan. Hoe ik onder de indruk was van je antwoord en -steboven ook. Omdat niemand ooit zoiets tegen me had uitgesproken, laat staan had gevraagd of het mocht. Dat ik over je voorstel twijfelde en jij daar helemaal oké mee was, waardoor de weerstand als boter wegsmolt. En dat ik niet begreep waarom je dan niet naar me toekwam, want jij wilde dit eerder dan ik.
Weet je nog? Hoe je me vertelde dat het lastig was tussen jou en haar. En dat ik daar begripvol op reageerde, want vrienden doen zoiets. Onbevangen luisteren naar elkaars angsten en dromen. Diepste verlangens. In deze circle of trust is alles veilig. En ik me daarom hardop afvroeg of we wel vrienden waren. En jij dat bevestigde, want meer kon niet. Dat het beter was, zelfs, dan meer. En dat ik niet begreep waarom het niet beter voelde en tegelijk als meer.
Weet je nog? Hoe we zoenden in die discotheek? Je me optilde, ronddraaide, gulzig over m’n gebruinde huid graaide. M’n benen om je middel, wij tweeën in het midden. Van de dansvloer. Hoe dat buiten verder ging. De markt over. En toen het plein. Hoe ik m’n fiets vastberaden weggooide om nog dichterbij te zijn. En we zwijgend verder liepen, tot we elkaar tien meter verder hijgend terugvonden. En ik niet begreep waarom dit heel specifieke gevoel van uitbundig leven moest stoppen als ik zo bij hem het bed instapte.
Weet je nog? Hoe ik soms geen adem kreeg als ik aan die nacht dacht. Maar dat heel bijna een klein beetje doodgaan de verstikking waard was. Voor mij. Als dat betekende dat ik mocht leven. Voelen. Zoenen. Met jou. En dat ik daarin mezelf vond, dus nooit echt verliezen kon. Ook al dacht ik constant aan die andere twee. Dat we concludeerden dat het schuldgevoel was. En jij dat niet had. En dat ik toen nog niet begreep hoe dat een leegte blootlegde en niet hoe speciaal ik voor je was.
Weet je nog? Die avond boven de stad. M’n benen glad. Ziel vrij. Hoe alles ineens mogelijk leek, maar jij verder weg dan ooit. We zongen Aaaa-dem-nood, met twintig man. Verdronken onszelf in Lellebellen, de menigte en vooral niet in elkaars blik. Discolichtjes als glinsterende sneeuw in de ’s zomerse nacht. Hoe je steeds iets dichterbij kwam. Gespeeld verlegen je vastberadenheid verried. Alles in slow-motion. Doodstil. Observeer ik jou. Je volle overgave. Hoe je voorover buigt, je blauwe ogen sluit. En dan een nieuw meisje zoent. En toen pas begreep ik dat ik heb gevochten voor mijn eigen vrijheid en jij je kooi nooit verlaten kon.
Geef een reactie