d’Overkant

Om naar het beloofde te komen, moet je het water door. Er is vast tegenwind. Hoge golven, boten die je route doorkruisen. Maar dat je naar de overkant moet om te overleven, is duidelijk. De zon schijnt op je gezicht, maar de omgeving is dor: beige, gehaast, leeg, vastgeroest.

Dat water, gaat het je tegenwerken of juist meevoeren? Natte vinger in de lucht om de windrichting te bepalen, maar wat heb je aan die info? Jij gaat door het water, niet door de lucht. Hoe zit het met onderstromen, draaikolken, de monsters vlak onder het oppervlakte? Je weet wel, die handen die je bij je enkels een verstikkende diepte intrekken. Niet aan denken nu, je staat nog op de kant. Het water kabbelt nu zachtjes, golven deinen rustig en in de verte zie je het groen waar je zo naar verlangt. Is dat een gouden randje?

Oké, let’s go, dit kan je! Je hebt dat zwemdiploma, toch? En de jarenlange ervaring. Ja, hiér heb je nog nooit gezwommen, maar dat betekent dat er ook geen bewijs is dat je het niet kan. De basis is goed.

Langzaam laten zakken of één grote sprong? Zit er nog iets tussen of ís dat het midden? Je rolt je armen en nek los, pept jezelf nog één keer op – alsof het de laatste keer is dat je jezelf een zetje de goede richting op gaat geven. 

Ja! Daar ga je. Yes! De vrijheid dichterbij dan ooit.

Fuck, wat is dit intens. Je hoofd bonkt, schouders willen niet meer ontspannen en al dat water in je ogen. Wanneer stopt dat water in je ogen? Of komt het uit je ogen? Waar eindigt het water en begint de rest? Misschien als je doorgaat. Stevig doorgaat. Rustig doorgaat. Een tempo waarin je het lang volhoudt.

Want terug kan niet meer. Je hebt al afscheid genomen, het achter je gelaten, je bent weggegaan. En ja, je kent het daar op je duimpje, want je zat er jaren, misschien altijd al wel. Maar was het leuk? Nee. En nu is het tijd voor plezier. Eindelijk genieten van een leven dat je past, je gegoten zit, in een kleur die je ogen laat poppen en je lippen glanzen. 

Godver, natuurlijk wil je terug. Want het beloofde, wat weet je daar nou eigenlijk over? En wie deed de belofte? Je weet wat je wíl, wat je hoopt dat het is. Zoals je eerder ook deed. Is het echt anders? Het is het proberen waard! Zei je zelf niet dat je liever nieuwsgierig bent naar wat kan zijn, dan keer op keer bevestigd krijgen dat iets niet voor jou is? 

Dus hup, ga door. De lucht kleurt al een stuk rozer dan net! Dat is een goed teken, toch? Ja, dat is een goed teken. Blijven zwemmen. Totdat je een boei ziet om even aan te dobberen en bij te komen, maar daarna gewoon weer verder het onbekende territorium in, de horizon tegemoet. Je bent nog niet kopje onder gegaan. Dat is nog een goed teken. Je kan het. Je kan het. Je kan het. Nog even doorzetten en het voelt niet meer als ontsnappen. 

Dat het verder voelt dan ooit komt door het perspectief. Dat heeft niets met afstand te maken. Voor je het weet sta je met je blote voeten in het zachte gras, groene sprietjes die afsteken bij de felroze nagellak op je tenen. Het oude badpak afgestroopt om je enkels, totaal overbodig geworden. Dat heb je niet meer nodig. Niet dat je nooit meer hoeft te zwemmen. Nee. Maar het zal meer aanvoelen als drijven omdat je nu de richting al hebt bepaald, de route uitgestippeld, zodat zelfs verdwalen tijdelijk is. 

Dit gaat lekker! Nog één keer achterom kijken? Nee, wie je achterliet wilde niet mee. Of kon niet. En is dat niet hetzelfde? De rest kan achter je aan of zwemt stiekem al naast je, aanmoedigend, zonder dat je dat nu doorhebt, maar later beter zal begrijpen. 

Hé, wie staat daar? Dat silhouet ken je! Je was daar altijd al, maar nu ben je bijna compleet. Een paar slagen nog. Een klein stukje. Ja! Ja? 

JA! Armen om je heen. En een handdoek, zo’n pluizige, in je favoriete kleur en geur. Daar ben je dan! Eindelijk. Zacht licht, zachte stof, zachte stem in je oor: “ik wist dat ik het kon!”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *